CoffeeView

Coffeeview Frans van Luit – Stichting Evenementen Stad Hoorn

Ridder in de orde van Oranje Nasi

Zijn portie narigheid heeft hij wel gehad. Toch merk je daar eigenlijk niets van bij Frans van Luit. Hij is altijd positief, heeft prachtige plannen en krijgt ze nog voor elkaar ook. Het verhaal van één van de voorbeelden voor onze maatschappij.

Afgelopen maand vierde Stichting Evenementen Stad Hoorn (SESH) haar vijfjarig bestaan. Tijdens het grote feest voor alle vrijwilligers werd oprichter Frans van Luit gehuldigd. Frans: ‘Ze hadden me willen ridderen voor alle jaren dat ik me inzet als en voor vrijwilliger(s). Het lukte helaas niet de juiste gegevens op te vragen bij de vogelopvang waar ik ooit begon als vrijwilliger. Toen ben ik geridderd in de orde van Oranje Nasi.’ Voor Frans voelt het hetzelfde. Voor hem telt het dat zijn vrijwilligers het naar hun zin hebben en dat ze hem waarderen om wat hij doet. En dat doen ze.

Efteling

‘Als kind wilde ik graag banketbakker worden. Ik was (en ben) een echte lekkerbek. Daarnaast vond ik het vak heel mooi. Mijn vader was bonbonontwerper bij Verkade. Ik was oprecht trots op hem en op wat hij deed. Ik maak graag mooie dingen. Heb een heel grote fantasie. Ik zei weleens: geef mij de Efteling en ik maak hem. Bijzondere evenementen zijn echt mijn ding.’ Banketbakker is Frans nooit geworden. Zijn moeder vond dat hij automonteur moest worden. ‘Mijn broer zat ook in dat vak en ze vond dat ik dat ook maar moest doen. Ik vond het helemaal niets. Ik paste niet in dat harde mannenwereldje. Ik heb even bij Daf Trucks gewerkt en ben toen via via in de autobandenwereld terecht gekomen. Uiteindelijk ben ik door diverse omstandigheden arbeidsongeschikt geraakt. Ik heb twee jaar in een psychiatrische instelling gezeten om alles uit mijn jeugd op een rijtje te krijgen.’

Dierenvriend

‘Toen ik terug kwam in de maatschappij, ben ik vrijwilligerswerk gaan doen. Ik kwam terecht bij Vogelopvang Damland. Terwijl ik daar werkte hoorde ik van een dierenambulance in Alkmaar die niet reed voor vogels. Daar kon je bij mij niet mee aankomen. Vreselijk vond ik dat. ‘Een dierenambulance die niet reed voor vogels? Daar moest je bij mij niet mee aankomen.’

Toen ben ik in 1994 vanuit het niets het bedrijfsleven ingerold met de dierenambulance. Ik heb het bedrijf opgezet vanuit mijn eigen ideeën en overtuigingen. Van een blinde, dierenliefhebster mocht ik het geld lenen om de benodigde investeringen te doen. Dit heb ik in drie jaar weer terugbetaald. Uiteindelijk heb ik de dierenambulance in zes jaar opgebouwd tot een grote organisatie. De eerste vier jaar gebeurde dat vanuit mijn eigen huis. Toen had ik dag in dag uit vrijwilligers in huis zitten en kon ik 24 uur per dag worden opgeroepen. De laatste jaren hadden we een eigen pand. De tijd op de dierenambulance was een mooie. Het werk gaf me veel energie. Tijdens de dreigende watersnoodramp in 1995 ben ik opgeroepen om te komen helpen, maar ook tijdens de Vuurwerkramp in Enschede was dat het geval.’

Kinderfietsje

‘Na de vuurwerkramp ben ik twee dagen in het gebied aanwezig geweest om dieren te redden en te verzorgen. Dit had ongelooflijk veel impact op me. Er liepen honden die de kluts kwijt waren en kippen met verbrande kontjes. We mochten ook in de kern komen, die voor zo goed als iedereen was afgesloten. We kregen sleutels mee van de mensen die aan de rand stonden te wachten. Of we wilden kijken hoe het met hun huisdieren was. Een bizarre situatie. Het was Moederdag die dag. Tussen de puinhopen kwamen we kindertekeningen tegen. Voor een volledig verwoeste woning stond nog een gekleurd kinderfietsje, dat wonderbaarlijk genoeg nog helemaal heel was. In een dierenwinkel was alles stuk, behalve een ronde vissenkom. De drukgolf was daar gewoonweg omheen gegaan. Die vissen hebben we maar gevoerd. ‘Tussen de puinhopen kwamen we nog moederdagtekeningen tegen.’

Vlakbij de plek waar de vuurwerkfabriek stond was een vijver met Koi Karpers die in heel vuil water zaten. De brandweer heeft ze ter plekke voorzien van schoon water. De gebeurtenissen staan echt op mijn netvlies gebrand. Na twee dagen kwam ik weer thuis. Al die tijd had ik niet gedoucht. De stank was vreselijk! Wat heel goed was, was de nazorg. De instanties hadden veel geleerd van de Bijlmerramp. Nog maanden kreeg ik oproepen om me te laten keuren, zowel fysiek als psychisch. Dat was écht heel goed geregeld.’

Hoorn650

Door omstandigheden moest Frans uiteindelijk stoppen met de dierenambulance. Inmiddels manifesteerde zijn artrose zich steeds erger. Fysiek was hij inmiddels afgekeurd. Een man als Frans gaat dan niet in een stoel zitten afwachten. ‘Ik kwam in Hoorn wonen en zag advertenties voor Hoorn650 in de krant. Ze zochten vrijwilligers voor het feest voorafgaand aan het feestjaar en alles en iedereen was welkom. Uiteindelijk heb ik er mede voor gezorgd dat de historische kleding werd gemaakt, maar daarnaast nog veel meer georganiseerd. Zo kwam ik ook op het idee voor de modeshow met de historische kleding, die ontzettend goed bezocht werd. In de aanloop naar het feestjaar heb ik bij het bestuur steeds aangedrongen op meer vrijwilligers. Er moest nog zo veel worden gedaan. Uiteindelijk mocht ik ze zelf gaan werven. Hier kwam ik Nicole, inmiddels mijn grote liefde, ook tegen.’

Stille kracht

Door de dierenambulance had Frans veel ervaring opgedaan in het werken met vrijwilligers. ‘Ik vind het belangrijk dat goed met hen wordt omgegaan. Mensen zijn geen nummertjes. Als je goed met mensen om gaat, verzetten ze bergen voor je. Vanuit die gedachte heb ik de organisatie rondom de vrijwilligers voor het feestjaar ook opgepakt. Ik kreeg veel vrijheid van het bestuur. We deden maandelijks een teambuilding activiteit. Dan gingen we op excursie bij bedrijven in de regio. We hadden een geweldig jaar met een heel hechte groep. Aan het eind van 2007 vroegen de mensen me hoe het nu verder zou gaan. Velen zouden in een gat vallen als alles voorbij was. Toen zijn we gaan kijken of we de vrijwilligersorganisatie voort konden zetten. Tijdens het slotconcert in de Schouwburg kreeg ik een bronzen legpenning van de gemeente Hoorn voor mijn inzet. Ze noemden me de stille kracht. Normaal moet je 25 jaar werken voor deze penning; ik kreeg hem in één jaar. Ik heb hem opgedragen aan al mijn vrijwilligers. Zij zijn mijn kracht. Zo zie ik het nog altijd. Kom je aan mijn vrijwilligers, dan kom je aan mij.’

Lustrum

‘We zijn uiteindelijk doorgegaan als SESH. We organiseren zelf evenementen, zoals SpeeldagNL en de Nationale Hulpverlenersdag en denken mee tijdens de organisatie van evenementen van derden. We verhuren onze verkeersregelaars en onszelf. ‘Ik ben erg trots op wat we in de afgelopen vijf jaar bereikt hebben.’ Vanuit het niets hebben we met veel kracht, denkwerk en middelen een organisatie met ruim vijftig vrijwilligers opgebouwd. Regelmatig krijgen we nieuwe aanmeldingen binnen. Zeker in deze tijd. Als mensen hun baan verliezen en niet meteen iets nieuws vinden, willen ze toch iets om handen hebben. Als ik zie wat we in die vijf jaar bereikt hebben, ben ik trots. We zijn een professionele organisatie en een hechte club. Lief en leed worden gedeeld. Ook bij bedrijven zijn we bekend. Bedrijven doen graag iets voor de maatschappij, heb ik ontdekt. Dat is maar goed ook, want voor evenementen ben je echt van hen afhankelijk. Met een beetje goede wil en een groot netwerk krijg je veel voor elkaar. Er is echter één ding belangrijker dan de organisatie van het evenement en dat is de uitvoering. Als ik zie dat de bezoekers en mijn vrijwilligers het naar hun zin hebben, dán is mijn evenement pas echt geslaagd.’


To Top